
Er bestaan twee methodes om oesters te classificeren naar grootte. Voor de creuse loopt dit van 0 tot en met 5. Nul is de grootste oester en 5 de kleinste. Voor het eten van verse oesters gaat de voorkeur uit naar de maten 3/0, 4/0 en 5/0. Vanwege de grootte worden 2/0, 1/0 en 0/0 vaak gebruikt om mee te koken.
De platte oester wordt geclassificeerd met nullen. Hoe meer nullen, des te groter. In Frankrijk wordt de platte oester andersom aangeduid: hoe meer nullen, des te kleiner.